EU-budget 2028-2034: zes landen eisen honderden miljarden euro's aan bezuinigingen
De strijd rond de volgende langetermijnbegroting van de Europese Unie verhardt. Duitsland, Denemarken, Nederland, Oostenrijk, Finland en Zweden hebben donderdag een vermindering van "honderden miljarden euro's" van het meerjarig financieel kader van de EU voor de periode 2028-2034 geëist. Samengekomen in Berlijn op initiatief van de Duitse kanselier Friedrich Merz, willen de zes lidstaten, allemaal netto-bijdragers aan de Europese begroting, een gezamenlijke front vormen voor de opening van de beslissende onderhandelingen in de herfst.
Een begroting die te hoog wordt geacht
De Europese Commissie heeft in juli 2025 een meerjarig financieel kader van bijna 2.000 miljard euro voor 2028-2034 voorgesteld, wat ongeveer 1,26% van het bruto nationaal inkomen van de Unie gemiddeld over de periode vertegenwoordigt. Het project is onder andere bedoeld om investeringen in defensie, concurrentievermogen, veiligheid, migratie, innovatie en de klimaattransitie te versterken.
Voor Berlijn en zijn vijf partners is het voorgestelde budget echter te hoog. In hun gezamenlijke verklaring vragen de zes regeringen om een "substantieel verminderd" budget en dat de inspanning evenwichtig wordt verdeeld over de verschillende uitgavenposten. Het doel is om de EU te dwingen om keuzes te maken in plaats van de nationale bijdragen verder te verhogen.
Deze positie verlengt het Duitse initiatief dat deze zomer is gestart. Friedrich Merz had al gepleit voor een vermindering van honderden miljarden euro's, in een context waarin Berlijn zijn eigen uitgaven probeert te beheersen en zijn begrotingsmarge wil behouden.
De terugkeer van het 'zuinige' kamp
De nauwere samenwerking tussen Duitsland, Nederland, Denemarken, Oostenrijk, Finland en Zweden heractiveert het politieke gewicht van de groep die traditioneel als 'zuinig' wordt aangeduid in Brussel. Deze landen pleiten al jaren voor een striktere beheersing van de Europese financiën en zijn bijzonder terughoudend tegenover een duurzame verhoging van de nationale bijdragen.
De zes landen willen tegelijkertijd een heroriëntatie van de uitgaven naar prioriteiten die als strategisch worden beschouwd: defensie, economisch concurrentievermogen, migratie en Europese soevereiniteit. Ze zijn ook tegen een nieuwe gezamenlijke schuldenlast van de Unie en vragen dat de toegang tot Europese fondsen meer afhankelijk wordt gesteld van de naleving van de rechtsstaat.
Deze lijn betekent echter niet dat de zes regeringen de traditionele beleidslijnen van de Unie willen opgeven. De Commissie zelf voorziet in het behoud van landbouw en economische, sociale en territoriale cohesie als kern van de volgende begroting, terwijl deze in een flexibeler financieel kader wordt geïntegreerd.
Een tegencoalitie verdedigt cohesie en landbouw
In het licht van de bezuinigingsverzoeken verdedigen verschillende Zuid- en Oost-Europese landen een andere aanpak. In mei had een groep van 16 landen, waaronder Italië, Spanje en Polen, al opgeroepen om de cohesiebeleid en de belangrijkste Europese ondersteuningsmechanismen te behouden.
De onenigheid betreft dus zowel het totale bedrag van de begroting als de verdeling ervan. De landen die pleiten voor een ambitieus budget vrezen dat aanzienlijke bezuinigingen de meest afhankelijke regio's van Europese fondsen zullen verzwakken en de capaciteit van de Unie om noodzakelijke investeringen voor haar concurrentievermogen te financieren, zullen verminderen.
Omgekeerd menen de netto-bijdragers dat de nieuwe Europese prioriteiten niet automatisch moeten leiden tot een verhoging van de rekening voor de lidstaten.
Financiering, een ander punt van wrijving
De vraag naar inkomsten bemoeilijkt de discussies nog verder. Om haar ambities te financieren zonder de nationale bijdragen buitensporig te verhogen, heeft de Commissie vijf nieuwe eigen middelen voorgesteld: een deel van de opbrengsten van het Europese emissiehandelssysteem, het mechanisme voor koolstofaanpassing aan de grenzen, een bijdrage gerelateerd aan ongecollecteerde elektronische afval, een bron gebaseerd op accijnzen op tabak en een bijdrage van grote bedrijven die op de Europese markt opereren.
Volgens de Raad van de EU zouden al deze nieuwe middelen en de aanpassingen aan het huidige systeem ongeveer 58 miljard euro per jaar in prijzen van 2025 kunnen vertegenwoordigen. De Europese Rekenkamer schat dat de voorgestelde wijzigingen, in actuele prijzen, ongeveer 66 miljard euro aan jaarlijkse extra inkomsten zouden kunnen opleveren.
Maar ook deze mechanismen zullen de politieke hindernis van de lidstaten moeten overwinnen. De vraag wie betaalt, hoeveel en in welke vorm blijft centraal staan in de onderhandelingen.
Een strakke tijdlijn voor eind 2026
De tijd dringt voor de Europese instellingen. De Europese Raad streeft naar een politiek akkoord vóór het einde van 2026 om de noodzakelijke teksten in 2027 aan te nemen en het nieuwe budget in januari 2028 in werking te laten treden.
Het Ierse voorzitterschap van de Raad van de EU moet de werkzaamheden in het tweede semester voortzetten, met een belangrijke stap tijdens de geplande vergadering van de Europese Raad op 15 en 16 oktober 2026.
De voorzitter van de Europese Raad, António Costa, voert tegelijkertijd consultaties tussen de hoofdsteden om de standpunten dichter bij elkaar te brengen. Het doel is om een compromis te vinden over het totale bedrag van de begroting, de uitgavenprioriteiten en de nieuwe financiële middelen.
De bijeenkomst in Berlijn markeert dus minder het begin van de formele onderhandelingen dan wel een politiek signaal. Door hun eenheid te tonen, proberen de zes netto-bijdragers invloed uit te oefenen op de volgende fase van de discussies. Tegenover hen moeten de landen die een ambitieus cohesiebeleid verdedigen overtuigen dat een groter budget noodzakelijk is om de economische en geopolitieke uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd, aan te pakken.
Met enkele maanden tot de deadline lijkt de toekomstige Europese begroting dus een bijzonder delicate evenwichtsoefening: meer uitgaven voor defensie, concurrentievermogen en veiligheid financieren, terwijl de historische beleidslijnen van de Unie worden beschermd, zonder de nationale bijdragen verder te verhogen of de weg te openen voor een nieuwe gezamenlijke schuldenlast.
-
17:30
-
17:00
-
13:30
-
13:15
-
13:00
-
12:45
-
12:30
-
12:15
-
12:00
-
11:45
-
11:15
-
11:00
-
10:45
-
10:30
-
10:15
-
10:00
-
10:00
-
10:00
-
09:45
-
09:15
-
09:00
-
08:45
-
22:30
-
22:00
-
21:30
-
21:00
-
20:00